Categories
Poëzie/Poetry

Apocalyptisch Aftelrijm

In een poging heel de wereld te onderwerpen
Aan mensenbotten hun wapens te scherpen
Zochten zeven ijsreuzen middels een advertentie
Apocalyptische bondgenoten met gruwelijke potentie
 
Hun oproep leverde helaas niets op
nog geen appje of enveloppe
De oudste reus, met jicht in beide benen,
wilde niet mee de usual suspects te gaan overreden
 
Zes reuzen scheepten in met ijspegels en bijlen
voeren uit om de Vier Ruiters te gaan peilen
De jongste reus wilde naar zijn gletsjer terug
vond een lift op een bultrugrug
 
Eenmaal aangekomen op het vaste land
vonden ze Oorlog snel in Legoland
Hij wilde liever daar blijven vechten
De strijd tussen Batman en Joker beslechten
 
De dikste reus leed onder het warmere klimaat
En het felle licht van de vroege dageraad
Hij pikte het schip dat hen allen had gebracht
Liet vier ijsreuzen achter, middenin de nacht
 
Pestilentie was te ziek om deel te nemen aan vergelding
Bleef weg van de afspraak, zonder absentiemelding
Hij zat bij de ARBO-arts te wachten
Migraine, een naar kuchje, allerlei vage klachten
 
Vier reuzen liepen met de zee aan d’ rechterhand
Voelden zich met het kille water verwant
De weg naar Amsterdam voer langs het grote zeegat
Waar één ijsreus bleef steken in het wad
 
Honger sloot een weddenschap op de Wallen
Om een all-you-can-eat buffet aan te vallen
Geen Engelse stagparty kan het van hem winnen
Want elke hap verdwijnt daarbinnen
 
Drie ijsreuzen durfden niet gedrieën
de mensheid aan, en met knikkende knieën
Gingen zij naar de Dood om te smeken
de heerschappij van de tweevoeter fataal te breken
 
Dood bezag alles vanuit zijn oorfauteuil
Was die dag in een vredelievende bui
Doch één reus heeft hij bij zich gehouden
Die had diepe steenrot, al leek hij slechts verkouden
 
De twee laatste reuzen keken elkaar lang aan
Besloten toen: “Wij openen een ijsbaan!”
Met ijs en zonder flauwekul
En toen waren er nog nul